Na twintig jaar naar Kabul

mei 13, 2012

bestuur

No Comments

Nooit gedacht dat dit moment zou aanbreken.Het zweet staat op mijn rug maar toch trek ik mijn lange bruine ribjas aan. Mijn armen zijn gevoelloos. Buiten staat de felle zon aan een blauwe heldere hemel. Langzaam zie ik iedereen voor mij opstaan. Ik kan me er niet toe zetten om mezelf in beweging te brengen. Uiteindelijk loop ik dan toch met een verstarde blik naar de uitgang bijna in trance langs de vliegtuigstoelen.In mijn gezicht  briest een frisse wind maar het lijkt wel alsof mijn luchtwegen dichtgeknepen worden. Zenuwachtig trek ik voor de zoveelste keer mijn hoofddoek die telkens afglijd strakker over mijn hoofd. Met trillende handen houd ik het bruine lap stof, dat mijn haar en mijn voorhoofd bedekt, vast onder mijn kin.

Mijn reispartner Sahar probeert me op mijn gemakt te stellen,op haar gezicht vormt zich een medelevend glimlach. Ze spreekt me op een zachte toon toe maar haar woorden komen niet aan. Het moment waar ik eenentwintig zomers van gedroomd heb, zou zo aanbreken. In mijn droom was ik meer opgetogen en minder angstig. Bovendien droomde ik altijd dat ik deze reis aan de hand van mijn ouders zou maken in plaats van met een vriendin Ze zeggen dan ook dat je in het leven niet alles kunt hebben. Voor het eerst zat ik nu niet te dromen. Over een paar minuten zet ik voet aan grond in mijn geboorteland, Afghanistan.Om precies te zijn in Kabul. Ik had mijn eerste stappen op Afghaans bodem in meerdere scenario’s in mijn gedachte laten afspelen. Ik zag mezelf op mijn knieën vallen en voorover buigen om vervolgens de grond te kussen.Of in een andere setting rolden de tranen over mijn ogen en zou iedereen me aankijken waarna ik koel mijn zonnebril opzet.Iemand neemt mijn koffers van me over en vlak daarna val ik flauw. Geen van deze scènes kwamen voor in mijn reis. Eerlijk gezegd had ik een black-out en kan ik mijn eerste minuten niet eens herinneren in het van me vervreemde land.Ik weet niet hoe ik de vliegtuig uitgelopen ben, hoe mijn benen de eerste stappen hebben gezet en ik had niet eens een zonnebril bij me.Anders was ik het toch vergeten op te zetten.

Het eerst volgend moment dat ik me kan herinneren is dat ik in een bus sta die ons naar het vliegveld brengt. Alles trekt  als een droom aan me voorbij,zo onrealistisch. Mijn reispartner maakt een grap en ik merk dat er eindelijk wat gevoel in mijn gezicht terug komt. Mijn mondhoeken gaan twijfelend omhoog. Mijn glimlach kan ik de rest van de dag niet van mijn gezicht afhalen.  Eerder verwachtte ik dat ik me verdrietig en verslagen zou voelen bij het aanzien van mijn geboortestad. De angst ebt langzaam weg, ik kom weer tot bewustzijn.Om me heen allemaal zie ik opgetogen Nederlandse en Duitse Afghanen die hun families komen opzoeken. Wat kwam ik hier doen? Ik had in dit land dat me zo vreemd en tegelijkertijd zo bekend  was geen naaste familie en geen vrienden. Het enige wat ik gemeen had met de mannen en vrouwen om me heen was dat we allemaal een geschiedenis hadden in Afghanistan.Verloren herinneringen waarvan we hoopten een aantal terug te vinden.Mijn eerste verjaardag heb ik nog mogen vieren in Kabul. Mijn moeder gaf ter gelegenheid daarvan een groot feest. Kort daarna zijn mijn ouders samen met mijn oudere broer en zus het land uitgevlucht. Niet wetend dat ik pas na twintig jaar weer zou terugkeren. Zelfs als ik deze zinnen typ krijg ik nog kippenvel.  Het is een onbeschrijflijk gevoel als een wens die je meer dan twintig jaar koestert in vervulling komt. Ik geloof dat er teveel emoties in mijn lichaam raasden waardoor mijn geheugen tijdelijk niets meer opnam. Dat is mijn verklaring voor mijn black out tijdens het uitstappen.

Ieder moment na mijn aankomst, absorbeer ik  als een spons. Bang dat ik iets ga vergeten, ik wil nieuwe herinneringen maken die ik nooit heb gehad die ik in mijn koffer kan meenemen naar Nederland. Een mooiere souvenir kan ik me niet bedenken.  Kabul is voor mij ondanks de chaos en de hartbrekende armoede verreweg het mooiste plekje op dez aardebol. Het is een tot leven gekomen sprookje. De mannen met hun indringende donkere ogen, de vrouwen met hun lichtblauwe burqa’s die met de wind meedansen. De schilderachtige bergen op de achtergrond.  De muziek uit de eettentjes en de verleidende geur van kruiden die zich aan je opdringt als je op de drukke markt loopt.Ik vraag me iedere dag tijdens mijn reis af hoe het zou geweest zijn als ik oud was geworden in dit ruwe landschap. Hoe het zou zijn geweest als ik iedere dag in Kabul de zon had zien opkomen en ondergaan achter de ruïnes. Wat de bergen me hadden verteld als ik er langs had gereden en hoe het water me had smaakt als ik mijn dorst ermee had gelest. Nu ik dat beleef voor een maand lijkt het nog steeds een droom. Een aflevering van een dramaserie die langzaam en zeker dichter bij de slotscène komt.  Of er een vervolg komt is nog de vraag, er is in ieder geval een begin gemaakt, de angst is weg. Ik hoef me nu niet te laten informeren door anderen. Ik heb mijn eigen verhaal en dierbare herinneringen. Ik ben niet langer alleen een dochter van gevluchte Afghaanse ouders. Ik ben nu zelf ook een kind van Afghanistan. Ik heb het land en de mensen voor altijd in mijn hart gesloten.

 Geschreven door:

Ulyanoor Karim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Volg ons:

© 2017 Roshan Vrouwenvereniging . All Rights Reserved.